De vijf brandweermannetjes
Vlug! Vlug! schreeuwt het eerste brandweermannetje. Hij springt in zijn rode auto met het blinkende koper en hij laat de bel klingelen: Ping ping ping ping ping! Dat is de commandant; hij moet het eerst bij de brand zijn en bevelen geven!
 Vooruit! naar de brand! schreeuwt het tweede brandweermannetje en hij springt op de lange lange wagen, waar de grote ladder op ligt.
Toe maar! We gaan alle mensen redden! schreeuwt het derde brandweermannetje. Hij springt op de treeplank en hij houdt zich aan de ladder vast. Dat is het mannetje dat altijd op de grote ladder klimt en iedereen in zijn armen naar beneden draagt.
We gaan hele stromen water spuiten! schreeuwt het vierde brandweermannetje. Hij zit altijd in de auto met de spuit.
En ik moet zo niezen van de rook! roept het vijfde brandweermannetje. Maar als een eekhoorntje zo vlug springt hij op de auto waar de slang op ligt, in mekaar gerold.
En daar gaan alle auto's....

(met dank aan: Oude jeugdboeken)


wordpress